Interview met Ymkje Swart ‘Eerst dook ik de geschiedenis in.’

Foto door Geert Snoeijer

Ymkje Swart ‘Ik vind non-fictie heel leuk, maar ik wil ook iets zelf verzinnen.’Ymkje Swart heeft een paar jaar geleden de knoop doorgehakt en is schrijfster geworden. Ze won een verhalenwedstrijd en heeft sindsdien al twee non-fictie boeken op haar naam staan. Maar binnenkort verschijnt er ook een fictie boek over een dier.

Hoe ben je begonnen als schrijfster van non-fictie?
Dat is eigenlijk een beetje toevallig gegaan. Een paar jaar geleden in 2004-2005, dacht ik als ik het wil moet ik toch een keer doorbijten. Op dat moment was er een verhalenwedstrijd bij uitgeverij Gottmer in Haarlem. Hier heb ik aan meegedaan en gewonnen. Mijn verhaal kwam in een bundel voor zes jarigen met nog ongeveer 45 andere winnaars. Zo is alles een beetje gaan rollen. Ik kwam daarna bij uitgeverij Pimento voor freelance werk. Maar uiteindelijk verscheen daar mijn eerste boek Zoo, wat een dieren. Dit boek is niet helemaal non-fictie. Er zijn dierenverhalen in verweven. Ik vind non-fictie heel leuk, maar ik wil ook iets zelf verzinnen.

Waarom heb je gekozen om voor kinderen te schrijven?
Daar heb ik helemaal nooit over nagedacht. Ik vind het leuk om kleine stukjes te schrijven, maar ik heb niet speciaal voor kinderen als doelgroep gekozen. Ik vind het wel heel leuk, omdat het een grote uitdaging is. Veel figuurlijk taalgebruik moet je vermijden, want non-fictie moet begrijpelijk zijn voor kinderen. Ik schrijf niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen alleen zijn dat meer journalistieke stukken.

Wanneer werd er voor het eerst een boek van je uitgebracht?
In 2005 kwam mijn verhaal van vier pagina’s in die verhalenbundel. Maar mijn eerste echte boek, Zoo, wat een dieren, kwam uit in 2006 vlak voor de Kinderboekenweek.

Hoe ben je op het idee gekomen om Van alles te schrijven?
Dat heeft te maken met Zoo, wat een dieren. Dat boek gaat over hoe een dierentuin tot stand komt. Het gaat over de levende dieren. Ik wilde nu een boek maken over de opgedroogde variant, de natuurhistorie. Vroeger zijn veel dieren opgezet, waardoor wetenschappers kennis konden vergaren. Mensen willen letterlijk van alles weten. De overstap van levende naar opgezette dieren was dan ook snel gemaakt. Van alles is wel wat breder van opzet geworden. Het heeft meer museale categorieën, maar natuurhistorie opent wel.

Heb je ook alle musea bezocht?
Nee, nog niet. Het is wel de intentie. Momenteel heb ik er 35 bezocht, maar ik heb er nog een paar op mijn verlanglijstje staan.

Hoe lang ben je bezig geweest met Van alles?
Bijna anderhalf jaar. Eerst dook ik de geschiedenis in. Vervolgens ben ik aan de slag gegaan met het materiaal dat de educatie- en pr-medewerkers hadden toegestuurd. Zij hadden van hun museumcollectie een top vijf gemaakt van mooie, interessante of bizarre voorwerpen. Toen het manuscript was afgerond, ben ik met de ontwerper het boek gaan vormgeven. De illustraties van Jet Bootsma (die ook de collages voor Zoo, wat een dieren! heeft gemaakt), het beeldmateriaal van de musea en de tekst kwamen toen bij elkaar.

Wat vond je het leukste aan het schrijven van Van alles?
Ik vind de beginfase het allerleukst, omdat je nog niet weet wat precies de inhoud van het boek gaat worden. Er komen dan leuke en gekke dingen binnen, bijvoorbeeld een foto van de gehoornde haas waar je om moet lachen.

Wat vond je het minst leuk aan het schrijven van Van alles?
Als je alles af hebt, dan komen al die correctierondes, ook met beeld en tekst. Dit zijn wel fases waarvan je denkt: wat kan er nou nog uit. Als je ermee bezig bent is het wel leuk, want de bedoeling is dat het steeds beter wordt. Maar dit is niet echt een fase in het proces die ik het minst leuk vind, want je werkt toe naar het eindresultaat. Eigenlijk is er helemaal geen fase die ik het minst leuk vind.

Ben je al aan een nieuw boek begonnen?
Ja, ik ben al met een nieuw boek begonnen. Ik wil meer de fictie kant op, maar ik blijf me wel baseren op non-fictie. Mijn volgende boek gaat over een dier, om precies te zijn een neushoorn.

Ben je van plan om ooit fictie te gaan schrijven?
Ja, dus.

Hoe ziet een doodnormale dag in het leven van Ymkje Swart eruit?
Ik zet rond half negen de computer aan. Ik neem dan een ontbijtje en werk een uurtje of twee. Daarna drink ik een bakje koffie en bel ik met een vriendin of mijn moeder. Vervolgens werk ik weer een uurtje of twee. ‘s Middags doe ik boodschappen en fiets ik een stukje als het lekker weer is. Als ik thuis kom werk ik weer een paar uurtjes. Tegen de tijd dat het avond wordt ga ik koken en werk ik nog een beetje. Maar ik werk wel al langzamer of ik ga een stukje lezen. De schrijvers om mij heen een beetje volgen om op de hoogte te blijven van wat zij hebben geschreven. Rond een uur of zeven komt mijn vriend thuis en gaan we eten. Overigens klinkt dit wel iets te relaxed, want ik heb natuurlijk soms ook met deadlines te maken.

Welk boek ligt er nu op je nachtkastje?
Ik heb geen nachtkastje, maar wat ligt er naast me… Een heel dun klein boekje van Michael Morpurgo, De verboden vraag. Heel mooi.

Wat doe je het liefste als je niet bezig bent met schrijven?
Als ik niet schrijf dan fiets ik of werk ik een klein beetje in de tuin. Maar het allerliefst zit ik op de fiets!


Lees ook:‘Ik lijk wel een beetje op Iejoor’
Lees ook:Er is een tijd van komen……
Lees ook:Sjakie reist als kinderzwerfboek van Tilburg naar Almere!
Lees ook:Kleurrijke kartonboeken met grote uitklapflappen
Lees ook:Mijn leuk kiekeboeboek met lieve dieren & Mijn leuk kiekeboeboek met vrolijke dieren – Anita Engelen

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>